Dan máák je maar zin.
Ik kijk hoe de gesmolten kaas draden trekt als ik een helft van mijn tosti oppak. Terwijl ik de boterham steeds hoger hou, zodat de kaasdraden knappen, overvalt me ineens de vraag of ik eigenlijk wel echt zin had in een tosti. Of had ik ‘m alleen maar gemaakt omdat die laatste plak kaas al begon uit te drogen aan de randjes?
Natuurlijk eet ik de tosti op. Zin of geen zin. Want hij is, hoe dan ook, wel gewoon lekker. Maar die ene vraag leidt in mijn hoofd naar andere vragen.
Hoe vaak eet ik iets omdat het op moet? Maar ook: hoe vaak eet ik iets omdat ik daar op dat moment echt trek in heb?Hoe vaak wint gezond verstand het van gevoel?
De koelkast openen en het restje van de avondmaaltijd eten als lunch. Omdat het niet genoeg is voor een volledige maaltijd voor 1 persoon.
Snert uit de diepvries pakken en eten terwijl het al 15 graden is. Maar ja, het wordt vanaf nu alleen nog maar warmer. En ik kan toch moeilijk de snert tot volgende winter in de diepvries laten liggen.
De keukenkast openen en knäckebröt kiezen voor ontbijt. Omdat ie gister al niet zo héél erg knapperig meer was.
Twee koekjes bij de koffie eten in plaats van één, want dan is de trommel leeg...
In mijn hoofd wordt de lijst met dit soort momenten steeds langer en het valt me op hoe ik bijna automatisch voor elke situatie een logische reden heb (of zijn het lamme excuses? )
· Omdat het zonde is om weg te gooien
· Omdat niemand anders het eet
· Omdat ik dan meer plek in de koelkast heb
· Omdat ik dan de voorraadpot weer eens goed kan afwassen
· Omdat ik morgen sowieso boodschappen ga doen
· Omdat ik dan het schaaltje terug kan geven aan de buurvrouw
Net alsof ik een lijstje met rechtvaardigingen voor mijn keuzes klaar heb staan in mijn hoofd. Zodat ik met een gerust hart kan kiezen voor iets waar ik op dat moment eigenlijk geen trek in heb. Waarom doe ik dat? Waar komt dat lijstje vandaan?
Heb ik die rechtvaardigingen zelf bedacht?
Komt het door mijn ouders? Waar iets eten waar je geen zin in had, werd verwelkomd met “dan máák je maar zin”. Dat zal vast wel effect op mij gehad hebben. En heeft dat wellicht onbewust nog steeds.
Of komt het gewoon omdat ik het gemakkelijker vind om naar mijn verstand te luisteren dan naar mijn gevoel?
Pfff...
Ik kijk naar het laatste stukje knapperige kaas dat nog op mijn bordje ligt, stop het in mijn mond, lik mijn vingers af en vraag me af wat ik vanavond eens zal koken.