Een les in was ophangen.
“Och, och, och. Kijk nou hoe ze de was weer heeft opgehangen.” Ik spits mijn oren en stop met kleuren. Zo onopvallend mogelijk kijk ik over de balkonrand en probeer te ontdekken waar mijn moeder en mijn oma het over hebben. In de flat tegenover ons hangt op 3 balkons de was buiten.
“Ja, ze kan een voorbeeld nemen aan Ellie. Die heeft de was altijd zo mooi hangen. Keurig van klein naar groot en op kleur gesorteerd. Een genot om naar te kijken.” Ik kijk nog eens en zie duidelijk welke was van die Ellie is. Maar wat is er dan zo verkeerd aan de was op de andere balkons? Oh, wacht. “Ik snap ook niet hoe je 1 sok tussen een vaatdoek en een pyjamabroek kunt hangen” zegt oma. “Heeft ze dat dan ook allemaal tegelijk in de wasmachine gehad?” Aha, ik zie nu wat ze bedoelen. Daar hangt een zwarte sok zielig alleen tussen een blauwgeruite vaatdoek en een groene pyjamabroek. Ik zie ook een bloemetjesbloes en een onderbroek. En kijk! Daar hangt de andere sok.
“Dat zou je bijna denken, ja” zegt mama en schudt haar hoofd. “Maar dat dóé je toch niet. Alles zó door elkaar wassen en ophangen. Wie weet hoe het er daar binnen uit ziet.”
Zo leert een 8-jarig meisje, daar in die 5 minuten op het balkon, hoe je de was moet doen zodat het een ‘genot is om naar te kijken’.
Vanaf dat moment zie ik overal meteen waar een goede huisvrouw woont. Eentje die de was keurig sorteert en veel aandacht besteedt aan de manier waarop ze de was ophangt. Waar de witte was wit is en de bonte was niet vaal en verlopen. Waar de sokken netjes bij elkaar hangen.
En ik wou dat ik dat gesprek tussen mijn moeder en mijn oma nooit gehoord had.
Het heeft járenlang, nee, decennialang geduurd voordat ik in de gaten had hoe dwangmatig ik mijn was ophing. Ik verwisselde T-shirts van plek op de waslijn als dat qua lengte beter paste. Van 3 verschillende kleuren wasknijpers op 1 handdoek kreeg ik kortsluiting in mijn hoofd.
Ik wilde zó graag dat mijn moeder trots op me zou zijn als ze toevallig mijn was aan de lijn zag wapperen. Ik wilde zó graag dat mijn buurvrouwen met plezier naar mijn was keken. Ik wilde zó graag een goede huisvrouw zijn.
Het was pas op het moment dat ik chronisch ziek werd, dat ik leerde zien wat ik deed. Ik moest mezelf dwingen om 5 verschillende kleuren wasknijpers te gebruiken om een laken op te hangen. Ik moest accepteren dat de was ook wel droogt als die níét op lengte aan de waslijn hangt. En ik ondervond dat het al helemáál niet uitmaakt wat mijn buurvrouw van mijn was vindt.
Ik hing vandaag de was op. En terwijl ik naar het washandje keek dat stilletjes tussen 2 vrolijk wapperende handdoeken hing, kon ik alleen maar denken wat een genot het is dat de was weer buiten kon drogen.